”Op een trieste dag, 1919, waren enkele Zuidwolder jongeren bijeen op het terrein van de heer B. Mulder, thans Mulder, waar uiteraard de alledaagse gesprekken werden gehouden. Tot dat één van heen met de suggestie kwam een muziekgezelschap op te richten. Direct liep men warm en werd de afspraak dat twee, G. en J. Westerhof, een oriënterend bezoek zouden brengen aan de heer Veldman in Bedum. Hij had immers als kapelmeester zijn sporen al verdiend. Veldman was bereid zijn medewerking te verlenen en zo werd een nieuw korps in Zuidwolde opgericht.”
Zo start het boekje dat ter ere van 80 jaar Uno Animo is geschreven door Bea Heemenga-Janszen (nog altijd spelend-lid) en B. Cremer. Inmiddels bestaat Uno Animo sinds 2019 al 100 jaar en is er in die tijd veel gebeurd.
”De oprichtingsdatum werd vastgesteld op 7 Augustus 1919. Bij de oprichting werd het bestuur samengesteld door: S. Schaaphok, voorzitter – K. Westerhof, secretaris – F. Roberts, Penningmeester – T.D. Elderman, 2e voorzitter – J. Rietema, bibliothecaris.
Zo ontstond de muziekvereniging Uno Animo.”
”Toen men eenmaal een dirigent, toen nog directeur genoemd, had gevonden moest er ook achter geld aan gegaan. Er werd besloten dat ieder lid ƒ10,- betaalde bij inschrijving. Dit werd gezien als een soort aandeel. Ook was het een hoop geld voor die tijd, het weekloon bedroeg ƒ12,-. Er kwamen maar liefst 18 mensen die zich lieten inschrijven als lid en er werden renteloze aandelen op nummer verkocht aan de inwoners van Zuid- en Noordwolde en Noorderhoogebrug. Deze aandelen werden bij een uitvoering verloot en zo kreeg de eigenaar zijn geld weer terug. Het Nutsdepartement van Zuid- en Noordwolde kocht er 20 stuks.”
”Nu moesten er instrumenten aangeschaft worden. Hoe ze het voor elkaar kregen weten we niet maar de eerste bezetting bestond uit:
4 pistons, 3 bugels, 2 alten, 2 baritons, 2 tuba’s, 2 trombones, 1 grote bas, 1 grote trom en 1 kleine trom.
Deze instrumenten moesten ze ook nog eens leren bespelen. De dirigent nam drie mensen bijelkaar om uit te leggen hoe er gespeeld moest worden. Er werd thuis gestudeerd uit oefenboekjes en dat ging de een makkelijker af dan de ander.
”Piet schut kon het absoluut niet leren en als hij aan de beurt was om te spelen zei hij ”tuut, tuut”!”
Na een jaar van studie en schor zingen van Veldman’s keel werd schuchter het eerste concert gegeven in het plantsoen bij de kerk te Zuidwolde. De belangstelling in het dorp was groot. De heren Wentink en Bulthuis werden ook door de muziek gegrepen en lieten zich samen als lid inschrijven. De teleurstelling was dan ook groot toen bleek dat er geen instrument beschikbaar was. Ze moesten wachten tot er één vrij kwam of gekocht kon worden. Dat duurde gelukkig niet te lang.”
”Het tweede concert werd in Noordwolde gehouden, op het terrein tussen de twee cafés. Het korps oogstte opnieuw succes!”
